Tuchtrechtelijk betekenis
Groepsfoto van het personeel van de Militaire Strafgevangenis in het voormalige Pesthuis te Leiden. Tuchtrecht is in Nederland en België dat deel van het publieke recht dat aan de overheid de bevoegdheid geeft personen die tot een bepaalde beroepsgroep behoren (bijvoorbeeld advocaten, notarissen, accountants, medici en bankiers) een bepaald nadeel toe te brengen ter bevordering van een. Wat betekent tuchtrecht? Tuchtrecht zijn regels en gedragsnormen die gelden voor professionals zoals dokters, advocaten en leraren. Het zorgt ervoor dat deze professionals verantwoordelijk worden gehouden voor hun handelingen en dat er maatregelen genomen kunnen worden als zij zich niet aan de regels houden. Tuchtrechtelijk betekenis recht Verbuigingen: tuchtrechten (meerv.) 1) regels m.b.t. de tucht 2) dat deel van het publieke recht dat de overheid de bevoegdheid geeft personen, die tot een bepaalde beroepsgroep behoren (advocaten, notarissen, bankiers en medici) te kunnen straffen ter bevordering.
Tuchtrechtelijke maatregelen Tuchtrechtelijke maatregelen. Tuchtrechtelijke maatregelen dienen ter bestraffing van een overtreding en hebben dus een punitief (leed toebrengend) karakter. Een voorbeeld van een tuchtrechtelijke maatregel is een royement (ontzetting uit het lidmaatschap).
Tuchtrecht definitie
Wat betekent tuchtrecht? Dit artikel legt uit dat tuchtrecht gaat over regels en gedragsnormen voor professionals zoals dokters, advocaten en leraren. Het zorgt ervoor dat professionals verantwoordelijk worden gehouden voor hun handelingen en maatregelen kunnen worden genomen als zij zich niet aan de regels houden. Tuchtrecht (Tuchtrecht, medisch) Vorm van wettelijk tuchtrecht dat wordt toegepast indien een zorgverlener volgens een patiënt of zijn vertegenwoordiger onzorgvuldig of onjuist heeft gehandeld. Het tuchtrecht gold vóór inwerkingtreding van de Wet BIG voor een beperkt aantal beroepsgroepen, zoals artsen, apothekers, tandartsen en verloskundigen.- Tuchtrecht definitie Tuchtrecht is in Nederland en België dat deel van het publieke recht dat aan de overheid de bevoegdheid geeft personen die tot een bepaalde beroepsgroep behoren (bijvoorbeeld advocaten, notarissen, accountants, medici en bankiers) een bepaald nadeel toe te brengen ter bevordering van een behoorlijke vervulling van hun taak. Voor.